Podiumgroepen moeten punten gaan verdienen

BRON: Volkskrant
Podiumgroepen moeten punten gaan verdienen
Het Fonds Podiumkunsten gaat zijn systeem van subsidieverlening drastisch wijzigen. Het vult niet langer de tekorten van instellingen aan. In plaats daarvan krijgen muziekensembles, (muziek)theater- en dansgroepen subsidie per voorstelling.
Ondernemerschap wordt even belangrijk als artistieke kwaliteit. Commissies van deskundigen blijven adviseren wie voor steun van het fonds in aanmerking komt. Maar anders dan vroeger gaan ze daarvoor een puntensysteem hanteren.
Het fonds heeft vanaf 2013 aanzienlijk minder geld te besteden. De afgelopen jaren gaf het 40 miljoen euro subsidie per jaar. Dat wordt 24,5 miljoen euro. Bovendien gaan ook nog eens instellingen aankloppen die straks niet langer door het Rijk worden gesteund. Zij kregen van het Rijk samen 19 miljoen euro per jaar. 'Van al die instellingen kunnen we straks de helft niet meer steunen', schat fondsdirecteur George Lawson. 'Ook het aanbod zal met de helft afnemen.'
Het fonds wil door een doelmatiger manier van werken in ieder geval de veelzijdigheid van het Nederlandse podiumaanbod behouden. 'Staatssecretaris Zijlstra heeft ervoor gekozen een aantal grote instellingen, zoals de Nederlandse Opera en het Nederlands Dans Theater, op rijksniveau te blijven steunen', zegt Lawson. 'Nagenoeg de hele pluriformiteit van het kleinschalige en middelgrote aanbod is uit de basisinfrastructuur verdwenen. Daarom kiezen wij ervoor die nóg meer dan vroeger te steunen.'
Met het nieuwe systeem doorbreekt het fonds de praktijk dat instellingen die al jaren worden gesubsidieerd, ook in de nieuwe periode grote kans maken op net zoveel subsidie. Historisch gegroeide banden tellen niet langer. Lawson: 'Er zijn grote verschillen in productie tussen instellingen. Waar de ene instelling een miljoen euro krijgt, maakt de andere instelling dezelfde hoeveelheid voorstellingen voor de helft van het geld. Blijkbaar kan het dus goedkoper. Dat gaan we objectiveren door middel van normbedragen per activiteit.'
Voor instellingen zoals theatergroep Orkater, het Nederlands Kamerkoor, het Asko Schönberg Ensemble en het Internationaal Danstheater lijkt het nieuwe systeem grote gevolgen te krijgen. Mede-directeur Henriëtte Post van het fonds: 'Het Internationaal Danstheater krijgt nu 3,2 miljoen euro subsidie. In totaal is voor dans 4,8 miljoen beschikbaar. Als je dit zou handhaven, blijft er bijna niets over voor andere groepen. We gaan maximaal een miljoen euro per instelling geven.'
Het fonds gaat grote nadruk leggen op ondernemerschap. 'We willen dat instellingen nog meer hun best doen om een maximale hoeveelheid publiek te bereiken en dat vast te houden', zegt Lawson.
'Ook verwachten we dat ze andere bronnen van inkomsten weten aan te boren. Als je erin slaagt om sponsors te krijgen, en als je subsidie weet binnen te halen van de stad waar je bent gevestigd, of de provincie, dan is dat een teken dat je maatschappelijke steun krijgt, dat je draagvlak hebt. Dan heb je bij ons een streepje voor.'
De nieuwe subsidieopzet komt volgens Lawson en Post niet alleen voort uit de wens de bezuinigingen zoveel mogelijk op te vangen. 'De sector zelf constateerde al eerder een kloof tussen de podiumkunsten en het publiek', zegt Lawson.
'En een kloof tussen het aanbod van de makers en de afname ervan door de podia', vult Post aan. 'In deze nieuwe systematiek is de band tussen product en podium veel directer.' Lawson: 'Hoe vreselijk het ook klinkt, door de bezuinigingen zal er straks weer meer vraag dan aanbod zijn. Als we nu de kloof niet weten te dichten, wanneer dan wel?'
Lawson ziet de bezuinigingen als een politiek feit. 'We hebben het ermee te doen. Er gaan instellingen omvallen, het wordt heel moeilijk, maar er blijft perspectief voor het kleinschalige en middelgrote aanbod. We maken ervan wat ervan te maken valt.'
Post: 'Instellingen alleen als slachtoffer afschilderen kan een self-fulfilling prophecy worden. Er komt bovendien een nieuwe generatie makers aan. Een generatie die meer gewend is het zelf te moeten redden.'
Dezelfde meetlat voor iedereen
Bij het Nederlands Fonds voor de Podiumkunsten kunnen instellingen aankloppen die niet of niet langer door het Rijk worden gesubsidieerd. Om het geld zo eerlijk mogelijk te verdelen, legt het fonds iedere instelling langs dezelfde meetlat. Er zijn punten te verdienen met artistieke kwaliteit (4 punten als die zeer goed is, 3 als die goed is, tot -2 bij onvoldoende kwaliteit), ondernemerschap, pluriformiteit, spreiding van de voorstellingen over het land en het al dan niet ontvangen van een bijdrage van gemeente of provincie.
De instelling die in aanmerking komt voor subsidie, heeft aangegeven hoeveel voorstellingen zij denkt te gaan maken. Daarbij speelt ook de grootte van de zalen (klein tot 200 stoelen, middelgroot tussen 200 en 400 stoelen en groot boven 400 stoelen) een rol, net als het genre en de omvang van de productie. Het minimum aantal voorstellingen dat gespeeld moet worden, is 40.
Een voorbeeld: een muziekensemble dat 50 kleine uitvoeringen geeft, krijgt per uitvoering 1.000 euro. Het krijgt in een jaar dus 50 duizend euro. Een dansgezelschap dat een grote productie maakt die 60 keer wordt uitgevoerd in een middelgrote zaal en 30 keer in een grote zaal, krijgt 495 duizend euro subsidie. Wie innoveert (bijvoorbeeld door vernieuwende programmering) kan een premie krijgen van 20 procent.